Van wie bi'j der ene?
Een veelgehoorde vraag bij een kennismaking in Kampen. Als clubleden kennen we elkaar, maar hoe kennen we elkaar echt? Wie ben je, waar kom je vandaan, wat deed je voorheen, en wat zoek en vind je bij onze vereniging? Wellicht vind je het leuk om dat te delen.
Vandaar de start van deze pagina.
Hans van Grieken
Op de nieuwspagina van deze website heeft u het wellicht al gelezen: Hans van Grieken is een van onze meest trouwe leden. In 2000 besloot hij onze sociëteit binnen te lopen na het lezen van een artikel in de krant. Hij werd hartelijk verwelkomd door Bertus Veneboer, ons momenteel oudste lid wat betreft lidmaatschap.
Hans was destijds net met pensioen en had in Frankrijk gewoond en gewerkt, waar hij elektrische apparatuur installeerde. Na zijn pensionering pendelde hij regelmatig tussen Frankrijk en Nederland, waar hij het ene deel van het jaar hier en het andere daar doorbracht. Twee van zijn vier kinderen wonen nog steeds in Frankrijk, waardoor hij in onze sociëteit de passende bijnaam "de Fransoos" kreeg.
Hans is vooral in de ochtenduren actief in de sociëteit. In het verleden heeft hij veel gespeeld met de helaas overleden Jan Spijkers. Tevens nam hij destijds al deel aan interne competities, die ook in de ochtenduren plaatsvonden.
Door zijn gevorderde leeftijd en de bijbehorende gezondheidsproblemen is het voor het echtpaar Van Grieken steeds moeilijker geworden om naar Frankrijk te reizen. De caravan blijft dan ook vaker staan. Gelukkig kan Hans, wanneer hij dat wenst, altijd naar de sociëteit komen om zijn geliefde biljartspel te spelen.
JvD.
“Van wie bi’j der ene?” – het is een vraag die je in Kampen en omstreken bijna als begroeting kunt verwachten als je iemand ontmoet. Het zegt alles over de verbondenheid en nieuwsgierigheid die hier leeft. Hoewel de meeste leden van onze club mij inmiddels wel kennen – bijna twintig jaar lid, waarvan bijna tien jaar als bestuurslid – stel ik mij, voor de zekerheid en voor de nieuwelingen, toch graag nog even voor.
Joop van Dijk
De familie “van Diek”
Ik ben er ene van “van Diek”. Mijn familie is in de vorige eeuw bekend geworden door onze bedrijvigheid in de horeca. Opa Jannes (ook wel Jo genoemd) begon ooit als bakkersknecht en waagde de stap naar zelfstandigheid door ijs uit te venten, bereid in de Koldenhovensteeg. In de winter was de vraag naar ijs klein, dus kwamen er kroketten bij. Zo ontstonden er cafetaria’s in de Venestraat, de Bick Bar, en op de Voorstraat. Daar was eerst een ijssalon, maar al gauw werden er ook kroketten verkocht.
Jo was een echte ondernemer. In Amsterdam zag hij ooit een frietkraam – hij dacht eerst dat er vis verkocht werd, maar het bleek gefrituurde aardappels te zijn. Wat een teleurstelling, maar hij zag ook het succes en besloot friet in Kampen te gaan verkopen. Op de Plantage werd de friet uitgevent vanuit een heuse frietkraam. Helaas brandde deze kraam op een gegeven moment af, maar de frietverkoop verhuisde toen naar de IJsbar op de Voorstraat.
De zaken gingen goed. Op de plek van de oude vismarkt, aan de voorkant van de cafetaria in de Voorstraat, werd een nieuwe horecazaak gebouwd. In mijn geboortejaar, 1957, werd de eerste steen gelegd. In 1958 opende “d’Olde Vismark” zijn deuren – zonder t op het einde, zoals het hoort in Kampen. Jo bouwde later nog een hotel aan de IJsselkade: Hotel van Dijk, dat later door Rein, de broer van mijn vader Evert, werd voortgezet.
Opgroeien boven de zaak
Als kinderen groeiden wij op in de woning boven de Vismark. Mijn vader Evert wilde de zaak wel overnemen, maar vond dat het allemaal wat te lang duurde. Daarom begon hij voor zichzelf in “de Steur” aan de Oudestraat. Wij verhuisden mee naar het huis erboven.
Later gingen wij als kinderen ook de horeca in. Broer Hans en Rein (ook lid van onze club) werkten in verschillende bedrijven. Zij namen later “de Steur” van vader over, terwijl Rein in het inmiddels opgestarte sporthalrestaurant “de Reeve” werkzaam was, dat hij later ook zelfstandig voortzette.
Andere keuzes
Zelf ben ik, net als Hans, op enig moment de horeca uitgegaan. Het is niet alles goud wat er blinkt: de lange werkdagen en het gebrek aan een echt gezinsleven deden mij besluiten het roer om te gooien. Ik ging werken bij een grote onderwijsinstelling als cateringbeheerder. Dat leverde niet veel op, maar de vrije tijd en het feit dat ik daar mijn huidige echtgenote Ingrid ontmoette, maakten het de moeite waard. Ik heb er uiteindelijk tien jaar met plezier gewerkt.
Via Ingrid kwam ik ook in de kerk, en toen daar.een functie als koster vrijkwam, heb ik daarop gesolliciteerd. De kerk vond het wel wat: een voormalige kroegbaas als koster! Zo geschiedde, en ik heb het daar bijna twintig jaar prima naar mijn zin gehad. Het lijkt misschien een stijve, serieuze omgeving, maar in de praktijk valt dat reuze mee – je moet het zelf leuk maken.
Via de kerk naar de soos
Via de kerk leerde ik ook onze soos kennen. Ep van Staveren kwam bij ons in de kerk de Kamper Kerkbode verzendklaar maken.
Op een ochtend zat hij daar, keurig in het pak. “Wat heb jij vandaag voor pakkie aan?” vroeg ik. “Ik moet vanmiddag nog biljarten, we hebben een wedstrijd,” antwoordde Ep.
Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. In de Vismark en de Steur stonden altijd biljarts, dus die sport kende ik van jongs af aan. Je zou denken dat ik het inmiddels goed zou kunnen, maar dat valt in de praktijk nogal tegen…
Samen met een andere kerkbode-medewerker – waarmee ik nog in de Steur had gebiljart – ben ik naar de soos gegaan. Eerst samen, later leerde ik de andere leden kennen en ging ik ook zelfstandig. In het begin speelde ik veel potjes tegen Arie Witman, die nu helaas in de lappenmand ligt vanwege een gebroken heup.
De soos: een plek om samen te komen
Het vervolg is bekend: ik ben nog steeds lid en bezoek met veel plezier de soos. Waarom ik dit verhaal deel? Met deze pagina “Van wie bi’j der ene” wil ik zo nu en dan een ander lid voorstellen. Misschien vind jij het ook leuk om jouw levensverhaal te delen of op een andere manier bij te dragen. Zo maken we de website hopelijk nog leuker en interessanter om te bezoeken.
Je mag mij altijd aanspreken, of wie weet kom ik jou binnenkort eens vragen. We zullen wel zien hoe het loopt.
Voor nu wens ik iedereen hele fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar!